Steeds dichter

Anoniem → Wie was je eerste liefde?

Oh, fijne vraag. Ik heb haar een soort codenaam gegeven - Clara. (Zo blijft haar privacy ook een beetje intact.) Ze was twee jaar ouder dan mij, had het mooiste zwarte haar dat in een soort golf over haar hoofd viel. Een beetje een studentenversie van Sneeuwwitje. Spontane glimlach. Speelde drums, ook. Op een bepaald moment, wanneer ik op de speelplaats stond, keek ik naar haar en dacht ik: “zou het niet mooi zijn mocht ik haar gewoon kunnen vasthouden, nu, heel eventjes?”. Vanaf dat moment was mijn enige missie tijdens de pauzes om ergens te staan waar ik haar kon zien. 

Het leuke -en ietwat goedgelovige- is dat ik dan begonnen ben met schrijven. Ik schreef gedichtjes, verhalen, zinnetjes. Het ging allemaal over haar. Ook al wist ik haar naam lange tijd niet eens. Toen ze van school ging, liet ik haar een enveloppe achter met enkele dingen die ik geschreven had. Meer niet. Ik heb haar niet meer gezien sinds dan, maar ik hoorde laatst dat ze het heel goed stelt en een hele lieve vriend heeft.

Soms denk ik nog aan haar.

(Mijn eerste beantwoorde liefde hou ik voor mezelf. Voorlopig.)

Bierkaartjes, #1

Er verandert vast nooit veel. Ze zaten met twee aan het hoveniersraampje, kortgeshort en opgetut met de zorgeloosheid van een zomer. Het linkse meisje draalt nu suggestief aan de bar, maakt met één vinger krullen in haar lokken. Ze zoekt ‘something sweet’. Ik ken deze taal. Mijn hart woont nog in dit land van magnetische attractie, oeverloos geglimlach en lichamelijkheid. Ik geef haar iets fruitig (maar vast niet wat ze wou), ze tuit haar lippen, catwalkt terug naar haar schampere vriendin.

Even later barricadeert een Amerikaanse het zicht. Ze is vastbesloten haar lijf naar voren te duwen, alle curves op te bollen en zo zichzelf in het gezicht van de wereld te gooien. Een gezicht dat, niet ten onrechte, onverschillig blijft bij zoveel overmoed. ‘I can outdrink any fraternity’, lalt ze, haar tong struikelend als een bejaarde in een marathon. Sommige dingen veranderen misschien wel.

Ik merk dat ik nog steeds glimlach. Ik maak nog steeds beloftes, maar dan vooral tegen mezelf. Een Italiaans meisje laat wat fooi achter op een bierkaartje met daarop een gsm-nummer. Het is allemaal geen avontuur meer. Ik weet dat deze carrousel bestaat uit houten paarden, en steeds dezelfde rondjes draait. 

Er verandert nooit veel. Ik mis je nog steeds. Soms plaats ik nog bloemen op je graf. Ik doe het vast te weinig. Een knap Australisch meisje komt binnen en ik glimlach zoals ik dat doe naar al wat mooi is. Ik ben toch weer verloren. Nooit is het echt anders.

Italiaans meisje met oogschaduw en een rustig moment

ik reis per trein van a naar b
en tel de straten van de steden
tot ik genoeg verzameld heb voor twee;
ik noem dit ‘mijn wereld ontleden’
als een terminaal man in een hospitaal
gebed door zijn gebreken, barst na barst

dit zwerven is een kwaal
en in jou bloedt die het hardst,
in de winters en de zomers
die ik optel in mijn hoofd
toen ik zei dat jij het mooist bent
maar jij me nooit echt hebt geloofd

De kus

de kus - een ballet van lippen,
een plié van het hart; ik verwacht
enkel wolken en nooit meer harde
grond, grinden stenen, gebouwen
en al dat banaal geschemer.

noem dit mijn nieuwe taal, liplezen,
braille voor wie verblind is door de 
liefde. de kus - waar is de tijd
gebleven? het is alweer avond
en jij bent er nog steeds.

de kus - zoals verdriet is ze nooit
echt gedaan, dringt ze geruisloos
mijn herinneringen in. de kus.
ik en jij en niet veel meer.

oh, de kus. de kus.
ik verlies mezelf keer op keer.

Vandaag kreeg ik een fooi van een mooi Frans meisje omdat ze het gesprek aan de bar heel bijzonder vond. Verder kwam een Spaans meisje binnen omdat ik haar naar binnen wuifde vanuit het raam. Je mag zeggen wat je wil, maar engagement, vrolijkheid en een beetje achter de bar staan verandert hoe mensen naar je kijken. 

Ik ga soms op reis, en dan heb je van die foto’s. 
(Hawes, Rievaulx en Leyburn.)


Mijn oude leerkracht Grieks nam ons ooit mee naar Griekenland en verzamelde alle jongens stiekem rond dit ene standbeeld. ‘Dit, beste jongens,’ zo fluisterde hij, ‘is het geheim van de vrouw. Aphrodite laat zich verleiden door de geile Pan, met zijn bokkige pootjes en vererende blik. Ze bedekt haar edele delen, heeft haar slipper in de hand en kan hem elk moment slaan. Maar als je goed kijkt - van heel dichtbij! - dan zie je, beste jongens, dat ze o zo lichtjes glimlacht.’.
'Dit is het verleiden van een vrouw, jongens. Botsen op een muur, maar je verheugen bij het eerste barstje.'
Kus me alsof ik volsta.
X tot Y.
Zij,weg

zij is alles - een alfabet of tien. als voor een
kleurplaat zit ik naar haar te staren, naar de
lijntjes rond haar lijf, naar haar witte vlakken
en mijn trillende hand.

ik laat mijn volledige palet tekortkomingen
los op haar perfectie. lief, dit is mijn gulzige
mond, die naast de lijntjes kust. dit zijn mijn
voeten. ze staan niet op de grond.

opgesomd in haar is de wiskunde verloren,
slaan fractalen elkaar ineen op het ritme van
de vertwijfeling. elke dag voeg ik een paar
klinkers toe aan haar spectrum.

als een kind raak ik wegwijs in het donker;
wanneer ik wakker word, ligt haar zwarte
haardos als een sluier over mijn ogen -
een begrafenis, in haar.

De fles, de kurk

ik ben de fles, en de kurk.
ik ontken mezelf, in zekere zin.
ik ben de lakens en het bed,
en dus ook mijn eigen begin.

als dementie maak ik alles nieuw,
voor de vliezen in je ogen en het
krullen van je stem; zie mij staan
en zeg, ‘wie is die man, hoe heet
hij? ik wil enkel hem.’

ik draag mijn passie als een kist.
één, en twee, en drie - de kerk uit,
gooi dan rijst over onze hoofden,
lach en dans.
geef je over aan de stroom, 
't is alweer de laatste kans.

ze buigt haar nek, die Arc de Triomphe,
en daalt neerwaarts, richting hel, naar
het vuur dat brandt waar lippen falen;

duisternis, ik heb u lief.
ja, de nacht komt mij weer halen.

Maidenstone, M25

Uw dichter was bijna niet meer. Niet meer dan een vermorzeld hoopje massa. Een auto, een vrachtwagen en enkele centimeters. Meer scheelde het niet. Als u eens naar uw meetlat kijkt, weet u meteen hoe kort een centimeter is. U weet dan ook meteen hoe kort een leven soms kan zijn. Hoe het ook zij - vandaag ben ik dankbaar. 

Ik hoop dat jullie ook even dankjewel zeggen aan iedereen die het verdient.

Waar het op aan komt.

een dam voor het verdwijnen,
een stop op de rivier;
een net iets langer leven
voor de oorzaak van plezier.